De startnota en procesnota van het Gewestelijk Ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhr (Geleen).
De participatieperiode van 02-03-2021 tot en met 30-04-2021.
De adviesvraag van Departement Omgeving in toepassing van artikel 2.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Decreet lokaal bestuur, artikel 56
Bestuursdecreet van 7 december 2018
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen en hun uitvoeringsbesluiten
De Vlaamse Overheid werkt aan de optimalisering en vernieuwing van de infrastructuur om de internationale verbindingen tussen de poorten, de grootstedelijke gebieden en het achterland te versterken. Er is een toenemende wens en vraag om daarbij ook prioriteit te leggen bij alternatieven voor het wegverkeer, met name via het spoor, het water én pijpleidingen.
Verschillende studies hebben het nut en de noodzaak aan bijkomende pijpleidingen tussen de Antwerpse zeehaven en het Ruhrgebied (met aantakking van de clusters Geel, Meerhout, Tessenderlo en Geleen) reeds aangetoond. Na de connectie tussen Antwerpen en Rotterdam kwam de verbinding tussen Antwerpen en het Ruhrgebied als belangrijkste uit de studies. Op dit moment zijn er al heel wat pijpleidingen aanwezig in het gebied. Ondertussen bereikt de bestaande pijpleidingen en de ruimte om nieuwe leidingen aan te leggen haar limieten.
Nu onderzoekt de Vlaamse Overheid (zowel vanuit Mobiliteit, Economie als Omgeving) samen met de haven van Antwerpen via de geïntegreerde planprocedure welk tracé tussen Antwerpen en Geleen (NL) het best geschikt is, om daarna het tracé vast te leggen d.m.v. een planologische reservatie. De doelstelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan is aldus om de vereiste planologische basis te creëren voor de realisatie van een leidingstraat voor ondergrondse pijpleidingen van minstens nationaal belang tussen de zeehaven van Antwerpen en Geleen (NL) met een aantakking (verder ‘antenne’) naar de chemiecluster (Geel, Meerhout, Beringen en Tessenderlo). De leidingstraat is dienstig voor het transport van verschillende (gevaarlijke) stoffen en producten over lange afstand.
Concreet wordt er gestreefd naar het reserveren van een strook van 45 meter breed. Deze strook zal instaan voor een capaciteit van ongeveer 5 à 8 leidingen van nationaal belang (afhankelijk van de noodzakelijke tussenafstand), inclusief de wettelijke voorbehouden veiligheidszone van 5 meter breed.
Op basis van verkennend onderzoek en diverse analyses werden 3 onderscheidende alternatieven als mogelijke tracés voor het reserveren van een leidingstraat weerhouden die onderzocht worden binnen de geïntegreerde planprocedure:
Departement Omgeving werkte een start- en procesnota uit (= eerste stap in de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan) dewelke nu aan een adviesronde en publieke raadpleging worden onderworpen (= eerste participatiemoment in de geïntegreerde planningsprocedure). Het zuidelijk tracé doorsnijdt Lummens grondgebied, zodat aan de gemeente Lummen is gevraagd om de start- en procesnota ter inzage te leggen op het gemeentehuis en om het dossier te adviseren.
Op grondgebied van Lummen heeft het vastleggen van een leidingstraat vooral gevolgen voor het bovengronds ruimtegebruik. Binnen de reservatiestrook zullen enkel vormen van bouwvrij ruimtegebruik en tijdelijk/flexibel ruimtegebruik toegelaten kunnen worden. Concreet betekent dit dat er geen bebouwing of bepaalde beplantingen (o.a. geen bomen en diep wortelende struiken) mogelijk zijn, maar wel verhardingen voor bv. parkings, fietspaden, ook voorzieningen als (verplaatsbare zonnepanelen, productie biomassa, natuurinrichting (m.u.v. bos) en grondgebonden landbouw (m.u.v. bepaalde teelten).
Het zuidelijke tracé doorsnijdt in Lummen verschillende waardevolle natuurgebieden: Willekensberg, Vijvers van Thiewinkel, Mangelbeekvallei (Molemse Berg), … waar het landschapsbeeld ingrijpend zal wijzigen met mogelijk ook een behoorlijke impact op de natuurwaarde en de waterhuishouding.
Willekensberg:
Het tracé doorkruist over een lengte van meer dan 2,5km het natuurgebied van de Willekensberg ten noorden van de E314. De getuigenheuvel is bebost en bevat verschillende waardevolle holle wegen. De natuurwaarden van de Willekensberg worden volgens de biologische waarderingskaart hier gekenmerkt door gebieden met biologische waardevolle (w) tot biologisch waardevol met zeer waardevolle elementen (wz). Een ontbossing van 45m over een lengte van bijna 2 km zou zich hier als een landingsbaan midden in een natuurgebied aftekenen.
Vijvers van Thiewinkel:
In Thiewinkel doorsnijdt het tracé het natuurgebied van de Wijers met over meer dan 1,2 km gebied dat als natuurwaarde volgens de biologische waarderingskaart biologisch zeer waardevol gebied (z) is.
Zwarte Beekvallei:
Ter hoogte van de grens met Halen doorsnijdt het tracé de Zwarte Beekvallei op zeer kwestbare zones o.a. voor water, natuur en landschap (gebied met biologische waardevolle (w) tot biologisch waardevol met zeer waardevolle elementen (wz), SBZ Vogelrichtlijngebied ‘De Demervallei’, het erkend Natuurreservaat ‘Vallei van de Zwarte Beek’, het VEN gebied ‘De Midden- en benedenloop Zwarte Beek’).
Molemse Berg/Mangelbeekvallei:
De volledige zuidwestelijke oksel van het klaverblad wordt doorsneden. Deze zone is momenteel quasi volledig bebost. De huidige natuurwaarde van het terrein vinden we terug op de biologische waarderingskaart. Een groot gedeelte bevindt zich volgens de biologische waarderingskaart in biologisch waardevol (w), biologisch waardevol met zeer waardevolle elementen (wz) tot zelfs biologisch zeer waardevol gebied (z). Binnen het gebied bevinden zich 4 habitatwaardige bossen. Bovendien betreft een groot gedeelte van deze zone veengebied (CO2-captatie!). Het veen moet behouden blijven omwille van de opslagcapaciteit voor broeikasgassen, de bijhorende vegetatie en de mogelijke verzakkingen bij droogleggen. Tevens wordt de natuurwaarde van dit gebied gekenmerkt door de Mangelbeekvallei die volledig doorkruist zal worden door het tracé.
De gemeenteraad brengt een strikt ongunstig advies uit over het GRUP Leidingstraat Antwerpen- Ruhr (Geleen) omwille van volgende redenen :
Gelet op het feit dat het zuidelijke tracé voor 25% door natuur en reservaatgebied loopt, zijnde het hoogste percentage van de drie tracés.
Gelet op het feit dat het zuidelijke tracé voor 9% door bosgebieden loopt, zijnde het hoogste percentage van de drie tracés.
Gelet op het feit dat het zuidelijke tracé voor 49% door het landbouwgebied loopt meestal met een hoge landschappelijke waarde.
Gelet op het feit dat het zuidelijke tracé geen rechtstreekse aantakking vindt op de chemische cluster (Geel, Meerhout, Beringen en Tessenderlo).
Gelet op het bezwaarschrift van de Gemeentelijke Adviesraad Leefmilieu Lummen geformuleerd in zitting van april 2021. De aangehaalde argumenten binnen dit bezwaar worden integraal bijgetreden.
- Geluidshinder : Als kleinschalige plattelandsgemeente is Lummen is al zwaar belast met infrastructuur van algemeen nut. Niet alleen zijn er het Albertkanaal, de spoorlijn Hasselt-Diest, meerdere andere ondergrondse pijpleidingen die de gemeente opdelen en/of als littekens door het Lummens landschap snijden, er is ook nog de ligging op de kruising van 2 autosnelwegen, nl. E313 en E314. Thans vormen, meestal smalle, beboste stroken de enige geluidsbarrière tussen de autosnelwegen en de aangrenzende woonkernen. Voor de aanleg van het geplande reservatiezone dient een strook van 45 meter ontbost. Deze definitieve ontbossing zal de huidige natuurlijke buffer vernietigen en leiden tot een drastische verhoging van de geluidsoverlast veroorzaakt door de autosnelwegen.
- Onherstelbare schade aan landbouw en natuur : Lummen is een landelijke gemeente met in verhouding veel grote oppervlakten aan landbouwgrond en natuurgebied. De schade aan beide sectoren is dan ook groot. De beperkingen die aan getroffen landbouwers worden opgelegd hebben een veel grotere impact dan de toegekende vergoedingen doen vermoeden. Op vlak van natuurbehoud is de impact al even groot. Niet alleen worden ecologisch zeer waardevolle beekvalleien zoals de Zwarte Beek en Mangelbeek doorsneden met ernstige schade aan de waterhuishouding en de kwetsbare veenlagen in het gebied als gevolg. Daarnaast zijn er ook nog de beboste stroken op de heuvelruggen die definitief een andere bestemming zullen krijgen. Op basis van de voorliggende plannen wordt de te ontbossen oppervlakte geraamd op minstens 5.500 l/m met een breedte van 45 meter = 247.500 m² of bijna 25 ha bos (= bijna 2 % van het totale bosbestand in de gemeente) dat zal verdwijnen. In tijden dat, in de strijd tegen de klimaatopwarming, de roep om over te gaan tot bebossing groter is dan ooit een totaal verkeerd signaal naar de burger en dit van uitgerekend die overheid die haar burgers wel wil aanzetten tot het massaal aanplanten van bomen.
- Versnippering van het landschap : Alle natuur- en landbouwgebieden in de gemeente Lummen worden thans reeds doorsneden door hoger vermeldde infrastructuurlijnen. Nu is de bedoeling om door wat er nog rest ook nog eens een barrière te trekken. Wat rest zijn kleinere entiteiten. Niet goed voor de biodiversiteit en totaal in strijd met het beginsel van de grote eenheden natuur waar net de Vlaamse Overheid zoveel belang aan hecht.
- Erosieproblemen : Lummen is gelegen aan de rand van de Demervallei en de Vallei van de Zwarte Beek, gescheiden van elkaar door sterk hellende getuigenheuvels. De geplande reservatiezone loopt dwars door zowel beide valleien als de getuigenheuvels. Het is algemeen gekend dat deze getuigenheuvels erosiegevoelig zijn. Om erosieproblemen op de hellingen te voorkomen werden deze in het verleden overwegend bebost. Met het geplande project komt deze bebossing te vervallen en zullen de erosieproblemen, met zware economische gevolgen voor de aangelanden, opnieuw aan de orde zijn.
- De waterhuishouding : De bebossingen op de getuigenheuvels hebben bovendien een sterk waterbufferend effect. Het verdwijnen hiervan zal tot gevolg hebben dat hemelwater nog sneller de valleien zal bereiken en tot bijkomende wateroverlast zal leiden.
- Windhinder : Door het creëren van ontboste stroken binnen de bestaande bossen worden als het ware tunnels aangelegd waarin de wind vrij spel krijgt op de hieraan niet aangepaste te behouden bomen. Het risico op windval wordt dan ook onvermijdelijk en zal op termijn leiden tot een nog groter verlies aan beboste oppervlakte dan louter met de aanleg van de reservatiezone reeds het geval is.
- Visuele hinder: Het zuidelijke tracé doorsnijdt in Lummen verschillende waardevolle beboste natuurgebieden: Willekensberg, Vijvers van Thiewinkel, Molemse Berg, valleigebieden … waar het landschapsbeeld ingrijpend en onherstelbaar zal wijzigen wanneer zich hier een definitieve ontbossingen van 45m breedte en over ettelijke kilometers lengte zich als kaalgeslagen landingsbanen in het landschap zullen manifesteren. De natuurlijke visuele groenbuffer die de beboste gebieden momenteel vormen als buffering tussen de autosnelwegen en de aangrenzende woonkernen, wordt door een definitieve ontbossing onherstelbaar aangetast met een verminderde leefkwaliteit voor de aangrenzende woonkernen.
Om deze redenen brengt de gemeenteraad dan ook een strikt ongunstig advies uit over de geplande reservatiezone voor pijpleidingen op het grondgebied van Lummen in het kader van het GRUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhr (Geleen).
De aanleg van een reservatiestrook van 45m breed en met een lengte van a rato 12km op grondgebied van Lummen zal een enorme impact teweegbrengen voor de gemeente en zal tot een onherstelbare schade en verlies leiden van het landschapsbeeld, de natuurwaarden, biotopen/ecotopen, fauna en flora, veengebied, waterhuishouding, … met een immense impact op de nabijgelegen woonkernen (geluidshinder, windhinder, visuele hinder). Een kaalslag en definitief verlies van om en bij de 25ha bos op Lummens grondgebied is niet aanvaardbaar. Verder dient opgemerkt te worden dat blijkt uit de tabel weergegeven in de startnota het zuidelijke tracé door haar lengte en kronkelend traject (het langste tracé van de 3 tracés), in vergelijking met de andere tracés veel meer impact met onherstelbare schade teweeg zal brengen op de open ruimte (natuur, bos, landbouw) naar toekomstig ruimtegebruik en landschapsbeeld.